News blog

Morele schadevergoeding bij IE-inbreuk? Ja dat kan.

Date: 
23.03.16

Zo blijkt uit het recente arrest van het Europese Hof van Justitie in de zaak Liffers/Producciones Mandarina.

 

Aan de orde in deze zaak was het gebruik van fragmenten van regisseur, scenarioschrijver en producent Liffers in een documentaire van Mandarina over kinderprostitutie in Cuba, waarin strafbare activiteiten werden getoond die met een verborgen camera waren opgenomen. De documentaire bevatte een aantal fragementen uit het audiovisuele werk 'Dos patrias, Cuba y la noche' van Liffers, zonder dat hiervoor zijn toestemming was gevraagd.

 

Op basis van de IE[Handhavingsrichtlijn kan de inbreukmaker die wist of redelijkerwijs had moeten weten dat hij inbreuk pleegde worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de rechthebbende. Daarbij houdt de rechter rekening  met alle passende aspecten, zoals de negatieve economische gevolgen (waaronder winstderving) die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten en, in passende gevallen, andere elementen dan economische factoren, waaronder onder meer de morele schade die de rechthebbende door de inbreuk heeft geleden (berekeningswijze a). Bij wijze van alternatief kan in passende gevallen de schadevergoeding worden vastgesteld als forfaitair bedrag, op basis van elementen zoals tenminste het bedrag aan royalty's of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd voor zijn gebruik (berekeningswijze b). Hierbij  wordt niet aangesloten bij de werkelijk geleden schade, maar bij de hypothetische royalty's.

 

Liffers meende recht te hebben op een bedrag van € 6.740 aan gemiste royalty's (berekeningswijze onder b) plus een bedrag aan € 10.000 bij wijze van morele schadevergoeding (berekeningswijze a). Aan het Hof van Justitie was door het Spaanse hooggerechtshof de vraag gesteld, of de rechthebbende die vergoeding van vermogensschade vordert op basis van hypothetische royalty's, óók nog recht kan hebben op een morele schadevergoeding. Het hof zegthierover:

 

"...dat daarin weliswaar geen melding wordt gemaakt van de morele schade als element waarmee de rechterlijke instanties rekening moeten houden bij de vaststelling van de aan de rechthebbende te betalen schadevergoeding, maar evenmin wordt uitgesloten dat dit soort schade in aanmerking wordt genomen. Deze bepaling, die voorzet in de mogelijkheid om de schadevergoeding als een forfaitair bedrag vast te stellen op basis van "ten minste" de daarin vermelde elementen, staat immers toe dat bij de vaststelling van dit bedrag andere elementen in overweging worden genomen, zoals in voorkomende geval de vergoeding van de aan de rechthebbende berokkende morele schade."

 

Een partij die inbreuk pleegt op intellectuele eigendomsrechten - zoals auteursrechten - moet een "passende schadevergoeding" betalen "tot herstel van de schade die deze wegens de inbreuk [werkelijk] heeft geleden". Morele schade, zoals afbreuk aan de reputatie van de auteur van een werk, mits die schade is bewezen, maakt deel uit van de door de rechthebbende werkelijk geleden schade. "In passende gevallen" ("bijvoorbeeld indien de feitelijke schade moeilijk te bepalen is") kan bij wijze van alternatief voor de forfaitaire berekeningsmethode worden gekozen, maar die houdt slechts rekening met materiële schade en niet met eventuele morele schade, aldus het hof.

 

Kortom: we wisten al dat vergoeding van morele schade bij IE-inbreuk mogelijk was (want dit volgt rechtstreeks uit de richtlijn), maar we weten nu dat dit óók mogelijk is wanneer de rechthebbende die schadevergoeding vordert opteert voor een vergoeding op basis van hypothetische royalty's (in plaats van daadwerkelijk geleden (economische) schade). Dit alles betekent niet dat iedere rechthebbende die zich met een inbreuk op zijn IE-rechten geconfronteerd ziet, een morele schadevergoeding kan claimen. Morele schade - bijvoorbeeld in de vorm van afbreuk aan reputatie - moet altijd eerst bewezen worden voordat hij voor vergoeding in aanmerking kan komen en dat is in de praktijk nog geen makkelijke hobbel om te nemen. Wat betreft Liffers: zijn zaak zal nu teruggaan naar de Spaanse rechter, die met de uitspraak van het Europese hof in de hand een uitspraak zal moeten beoordelen, of de geclaimde morele schadevergoeding in dit specifieke geval toewijsbaar is.

 

Door: Eva Veldhoen